Planten van de schaduw

In de loop van de evolutie hebben groepen planten zich gespecialiseerd om op allerlei plaatsen te groeien. Niet alle planten kunnen echter in de schaduw groeien. Als zo’n plek in de natuur leeg blijft, noemen we dat een „niche”. Dat is een kans voor planten, die zich wél kunnen aanpassen aan een donkere plek, om zich daar toch te vestigen. Sommige planten kunnen dit, omdat ze wortelstokken hebben met een voedselvoorraad (Salomonszegel en Brede stekelvaren)

Er wordt veel onderzoek gedaan naar de blijvende aanwezigheid van schaduwplanten. Zij bepalen min-of-meer door allerlei activiteiten de beschikbaarheid van stikstof in de bodem door het reguleren van de strooiselafbraak. Door het produceren van secundaire plantstoffen met hun wortels wordt de snelheid van de afbraak beïnvloed. (Gewoon nagelkruid, Look-zonder-look en Koekoeksbloem) Planten kunnen dus sturen of er veel of weinig voedingsstoffen in het ecosysteem aanwezig zijn. Ook kunnen zij met allerlei terugkoppelingen (bijvoorbeeld: levensduur van het blad) tegengaan, dat hun omgeving verandert onder invloed van klimaatverandering. De mate waarin planten verhinderen dat hun standplaats verandert, wordt in de ecologie wel „resistance” genoemd.

Secundaire plantstoffen zorgen er ook voor, dat eventuele concurrenten uit de schaduwplek blijven. Sommige varens (Adelaarsvaren) zijn zelfs in staat om de gehele bodem te vergiftigen, zodat alleen zij nog in staat zijn om, onder en tussen de bomen, als mono-cultuur voort te woekeren.

Brede stekelvaren

Dryopteris dilatata

WikimediaWikimedia   WikimediaWikimedia

De Brede Stekelvaren is een middelhoge tot zeer hoge plant en is na de Adelaarsvaren en de Koningsvaren de grootste in Nederland voorkomende varen. De bladeren verschijnen in de lente, dragen in de zomer rijpe sporen en sterven pas in de loop van de winter af.

De Brede Stekelvaren is te vinden in allerlei bossen op min of meer zure en meestal vochtige grond. Vaak neemt zij een overheersende plaats in aan de randen van broekbossen, talrijker is zij te vinden in naaldhoutaanplantingen.

BREDE STEKELVAREN

Verspreiding: gematigde en koude streken van het noordelijk halfrond. in Nederland algemeen.
Middelhoge tot zeer hoge plant.
Kenmerk: één van de grootste Nederlandse varens.

Dagkoekoeksbloem

Silene dioica

P. BusselenP. Busselen   P. BusselenP. Busselen

De Dagkoekoeksbloem is een hoge, overblijvende plant. De plant begint in de laatste dagen van april te bloeien tot diep in de herfst. De hele plant is dicht bezet met zachte haren.

De bloemen zijn helder rozerood. In de zich ontwikkelende doosvruchten kunnen larven van diverse insectensoorten huizen. In de bladoksels zie je vaak schuim, waarin de larve van een schuimcicade leeft. De Dagkoekoeksbloem is nauw verwant aan de Avondkoekoeksbloem. Die laatste heeft witte bloemen.

DAGKOEKOEKSBLOEM

 Verspreiding: Europa

Hoge overblijvende plant, bloemen rozerood.
Kenmerk: de hele plant is zacht behaard.

 

Gewoon nagelkruid

Geurn urbanum

P. BusselenP. Busselen   P. BusselenP. Busselen

Gewoon of Geel nagelkruid is een middelhoge. overblijvende plant, met citroengele bloemen. De bloei valt van voor- tot nazomer. Gewoon nagelkruid komt vrij algemeen voor in Nederland, alleen op voedselarme zandgronden en in veengebieden is het zeldzaam.
In heggen en bosrandstruwelen zoekt de plant relatief donkere plekken op.

GEWOON NAGELKRUID

Verspreiding: heel Europa
Middelhoge, behaarde, overblijvende plant. Bloeit van voor- tot nazomer.
Bloemen: citroengeel
Kenmerk: nootjes behaard

Look zonder look

Alliaria petiolata

P. BusselenP. Busselen   P. BusselenP. Busselen

Look-zonder-look is een middelhoge tot hoge voorzomerbloeier met witte bloemen. Bij het breken van de stengel verspreiden ze de bekende ui/knoflookgeur. Omdat er geen verwantschap is met een echte Look hebben we te maken met een Look-Zonder-Look. Look-zonder-Look was vroeger in gebruik als kruid dat een knoflook-smaak aan mosterd gaf. Ook als geneeskruid had het een reputatie.

LOOK ZONDER LOOK

Verspreiding: inheems in een groot deel van Europa.
Middelhoge tot hoge voorzomerbloeier.
Bloemen: wit.
Kenmerk: bij het breken van blad of stengel een sterke ui/knoflookgeur.

Welriekende salomonszegel

Polygonatum odoratum

WikimediaWikimedia   WikimediaWikimedia

De Welriekende salomonszegel of Duinsalomonszegel is een lage tot middelhoge, blauwgroene plant. De bloemen zijn roomwit, naar de randen groen. Vanwege de cilindrische vorm van de bloemen komen alleen langtongige insecten zoals hommels voor bestuiving in aanmerking. De bloemen van de plant hebben een verfijnde zoete geur zoals die van Lelietje-der-dalen. De bes is eerst groen, tenslotte blauwzwart met een min of meer berijpt oppervlak.

WELRIEKENDE SALOMONSZEGEL

Verspreiding: Europa tot Scandinavië.
Lage, tot middelhoge, blauwgroene plant.
Bloemen: roomwit.
Kenmerk: de bloemen hebben een verfijnde zoete geur.