Diversen

Een overzicht van diverse planten in de Blindentuin die niet zijn gekoppeld aan een thema.

Bosroos

Rosa arvensis

WikimediaWikimedia WikimediaWikimedia  

 

De Bosroos is een vrij lage, blauwachtig groene struik. In de groeiwijze lijkt de Bosroos op een braam. De bloemen zijn wit. De bottels vuurrood en niet veel groter dan erwten.
De rozenbottel is rijk aan caroteen en vitamine C en wordt tot jam en andere conserven verwerkt. Net als op andere stekelstruiken uit de Rozenfamilie komen op Rozen nogal wat kleine vlinders voor. Het merendeel van de insecten bezoekt de rozen vanwege het stuifmeel.

BOSROOS

Verspreiding: West Europa
Lage, blauwachtig groene struik, met klimmende en boogvormige takken.
Bloemen: wit, bottel rood.
Kenmerk: bottels zijn rijk aan vitamine C en caroteen.

Braam

Rubus fruticosus 'Himalaya'

WikimediaWikimedia WikimediaWikimedia  

 

De Gewone braam  is een in heel Europa inheemse plant die met name langs bosranden voorkomt. De plant is een heester die 2 tot 6 meter hoog wordt. Elk jaar worden nieuwe stengels gevormd. Alleen de tweejarige stengels dragen vrucht, waarna deze afsterven.De bloei is van eind mei tot september en de bestuiving vindt plaats door insecten, met name bijen en hommels. Er zijn vruchten vanaf augustus.

BRAAM

Verspreiding:  heel  Europa.
Bloemen: wit, vruchten zijn donkerblauw
Kenmerken: Bramen hebben een zoete smaak, wordt verwerkt in jam. Van gedroogde bladeren kan thee worden getrokken.

Eenstijlige meidoorn

Crataegus monogyna

P. BusselenP. Busselen P. BusselenP. Busselen  

 

Meidoorns zijn doornstruik of kleine bomen met glanzende, onbehaarde, donkergroene bladeren. De bloemen zijn roomwit en verspreiden een zoete geur. De vruchten zijn steenrood en melig. De meidoorn wordt bezocht door talrijke insecten. Daarnaast heeft de Meidoorn als bezoeker een aantal specialisten in diverse insectengroepen. De meidoorn wordt door de Ransuil graag als broedplek gbruikt. De Meidoorn is relatief een lang levend houtgewas: exemplaren van 200 jaar zijn geen uitzondering.

EENSTIJLIGE MEIDOORN

Verspreiding: Europa
Doornstruiken of kleine bomen.
Bloemen: roomwit, vruchten steenrood en melig.
Kenmerk: zoete geur.

Egelantier

Rosa rubiginosa

 

De Egelantier is een tamelijk lage, gedrongen struik, die in de eerste helft van de zomer bloeit met rozerode bloemen. De rijpe bottels zijn vuurrood. De bladeren van de Egelantier zijn van onderen dicht bezet met klieren, bij wrijven verspreiden deze klieren een kenmerkende appeltjesgeur.

EGELANTIER

Verspreiding: heel Europa.

Tamelijk lage, gedrongen struik, die bloeit in de eerste helft van de zomer.
Bloemen: rozerood, bottels vuurrood
Kenmerk: aangenaam zoetzure appelgeur.

Gewone vlier

Sambucus nigra

P. BusselenP. Busselen   P. BusselenP. Busselen

De Gewone vlier is een struik of kleine boom die in april in blad komt. De vlier verspreidt een pittige, maar geen prettige geur. De bloemen zijn roomwit in tuilen, de vruchten zijn zwartglanzend en smaken zuur. De vruchten zijn aan het begin van de herfst rijp, juist tegen de trektijd van allerlei zangvogels. Alle groene delen van de plant zijn min of meer giftig! Zowel van de bloemen als van de vruchten kan een medicinale thee worden gezet, de vlierbloesem wordt wel in pannenkoeken verwerkt, en van de vruchten is een prima jam te maken. Een bekend vlierproduct is ook vlierbessenjenever.

GEWONE VLIER

Verspreiding: heel Europa.
Struik of kleine boom, die in april in blad komt.
Bloemen: roomwit in tuilen, vruchten zijn zwartglanzend en zuur.
Kenmerk: de plant verspreidt een pittige, maar geen prettige geur.

Hazelaar

Crylus avellana

  P. BusselenP. Busselen P. BusselenP. Busselen

 

De Hazelaar is een hoge struik die als eerste van alle Nederlandse planten in de winter bloeit. De botergele mannelijke katjes hangen vaak al in januari aan de kale takken. Als vroegst bloeiende inheemse plant met een grote stuifmeel productie is de Hazelaar belangrijk als drachtplant voor bijen. De eetbare noten hebben een harde schaal en worden door o.a. Vlaamse Gaai, de Eekhoorn en de Bosmuis verzameld. Er kan olie uit worden geperst (hazelnotenolie). De olie wordt o.a. gebruikt voor het politoeren van hout. De struik was al bij de Grieken en Romeinen in cultuur.

HAZELAAR

Verspreiding: heel Europa met uitzondering van het hoge noorden.
Loofverliezende struik tot 6 meter, die als eerste van alle Nederlandse planten in de winter bloeit en daardoor van belang als dracht plant voor bijen.
Kenmerk: levert de hazelnoot, een zeer voedzaam product.

Hulst

Ilex aquifolium

P. BusselenP. Busselen   P. BusselenP. Busselen

 

De Hulst is de enige 's winters groen blijvende loofboom van de Noordwesteuropese flora. 
De bomen kunnen twee tot drie eeuwen oud worden. De Hulst bloeit in de voorzomer, soms nog eens in de herfst. De bladeren zijn donkergroen, glanzend, ovaal van vorm, en scherp getand. De bestuiving van de bloemen geschiedt door bijen en zweefvliegen, die op de nectar onder in de bloemen afkomen. De rode steenvruchten zijn giftig voor mensen. Appelvinken en lijsters willen de vruchten wel eens eten. Deze vogels gebruiken de hulststruiken graag als broedplaats.

HULST

Herkomst: West en Zuid europa.
De enige wintergroen blijvende loofboom van de Noordwesteuropese flora.
Bloemen: wit, bessen rood
Kenmerk: De rode bessen zijn giftig voor mensen.

Kardinaalsmuts

Euonymus europaeus

P. BusselenP. Busselen P. BusselenP. Busselen  

De Wilde kardinaalsmuts is meestal een hoge struik, soms een kleine boom. De bloei valt in de voorzomer en vaak nog eens in de nazomer. Vaak worden de takken vierkant door de vorming van kurklijsten. In de loop van de nazomer en de herfst rijpen de vruchten. Steenrode, dieproze, of purperrode doosvruchten. Lijsters, mezen en roodborstjes zorgen voor de verspreiding. Voor de mensen zijn de zaden giftig!
De Kardinaalsmuts is een belangrijke voedselbron voor konijnen, met name in de winter.

KARDINAALSMUTS

Verspreiding: Europa.
Meestal hoge struik, soms lage boom
Bloemen: groenig
Kenmerk: de donkere, groene kleur van de twijgen, en kurklijsten op de takken.

Kleine pimpernel

Sanguisorba minor

P. BusselenP. Busselen P. BusselenP. Busselen  

 

De Kleine pimpernel is een lage tot middelhoge, behaarde overblijvende voorzomerbloeier.
De plant bezit een forse penwortel. De bloemen zijn groen. De plant is een beetje aromatisch en wordt als kruid gebruikt bij een salade. Buiten de grote rivieren en Zuid-Limburg komt de Kleine pimpernel o.a. nog voor in de duinen bij Beverwijk en Santpoort. In dit gebied is zij sinds duizenden jaren aanwezig. Het goed herkenbare stuifmeel is hier aangetroffen bij een aantal opgravingen.

KLEINE PIMPERNEL

Verspreiding: Europa.
Lage tot middelhoge, behaarde, voorzomerbloeier.
Bloemen: groen.
Kenmerk: de plant is aromatisch en wordt als kruid gebruikt in salade.

 

 

Sleedoorn

Prunus spinosa

P. BusselenP. Busselen   P. BusselenP. Busselen

 

De Sleedoorn is een lage tot tamelijk hoge doornstruik, die aan het begin van de lente wit bloeit. De bladeren verschijnen kort na de bloemen aan de takken. De vruchten zijn diepblauw berijpt, hard en wrang. Ze worden voor mens en dier pas eetbaar nadat ze een tijdlang bevroren zijn geweest. Ze kunnen dan tot compote verwerkt worden of op brandewijn worden gezet. Sleedoorn is een belangrijke nectar-en stuifmeelbron voor talrijke vroeg vliegende bijen- en vliegensoorten.

SLEEDOORN

Verspreiding: heel Europa.
Tamelijk lage, tot hoge doornstruik.
Bloemen: wit, bloeitijd april.
Kenmerk: jonge twijgen zijn dof door hun beharing.